Bijdrage Nationaal Verkeerskundecongres 2012

Op het Nationaal Verkeerskundecongres 2012 willen we aandacht vragen voor de barrièrevorming voor het langzaam verkeer. Samen met het Landelijk Fietsplatform en de Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie krijgen we spreektijd.

Onder de titel 'ons wegenstelsel: verbinding en barrière' gaan we in op de instrumenten om barrièrevorming op te lossen en te voorkomen.

Met de infrastructuur van rijkswegen, regionale stroomwegen, spoorlijnen en kanalen creëren we noodzakelijke verbindingen. Tegelijkertijd versnippert deze infrastructuur de groene ruimte. En dat terwijl de vraag naar buitenrecreatie groot is; we trekken er ook graag te voet, te fiets en te paard op uit. Hoe houden we de ruimte voor iedereen toegankelijk? Worden we ook voor een wandeling of fietstochtafhankelijk van de auto?Is dit het hoogwaardige woon-, leef- en vestigingsklimaat waarnaar we streven?

Het mobiliteitsbeleid stuurt aan op het realiseren van een robuust wegennet en is gericht op capaciteitsvergroting, verbetering van de doorstroming, samenhang tussen het hoofd- en onderliggend wegennet en verkeersveiligheid.

Dit beleid heeft echter ook neveneffecten. Met de aanleg en opwaardering van gebiedsontsluitingswegen en stroomwegen gaan verbindingen in het fijnmazige stelsel van wegen en paden voor het langzaam verkeer verloren. Autowegen zijn barrières die zorgen voor versnippering en verlies aan recreatie- en uitloopmogelijkheden. Ze hebben daardoor een negatief effect op de kwaliteit van de leefomgeving en het vestigingsklimaat.

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte stelt dat de gezamenlijke overheden de taak hebben om barrièrevorming voor het langzaam verkeer te voorkomen.

Het streefbeeld is: twee elkaar aanvullende infrastructurele netwerken, één voor het gemotoriseerde verkeer (de slagaderen en aderen) en één voor het langzame verkeer (de haarvaten). De teloorgang van verbindingen voor het langzaam verkeer is alleen tegen te gaan door ze in hun samenhang te zien.

Welke instrumenten zijn hiervoor nodig?

1. Integrale planvorming;
2. Genuanceerde toepassing van maatregelen uit de Visie ‘Duurzaam Veilig’;
3. Locatiespecifieke ontwerp- en inrichtingsmaatregelen.

Heb je belangstelling voor het Verkeerskundecongres, kijk dan even op de site van Verkeerskunde.

 

 

 

 

Steun ons