Dagwandeling Brettenpad

BrettenpadTussen Amsterdam en Haarlem ligt de Lange Bretten. Voor een deel nog steeds een grote veenwildernis. U wandelt er op de grens van natuur, stad en industriegebied. Tussen het nog resterende gebladerte van het ruige moerasbos zien we Amsterdamse woonwijken, kolossale windmolens, hoge schoorstenen van energiecentrales en van Schiphol opstijgende vliegtuigen.

Een kwartiertje van Amsterdam

De mens durfde hier vroeger niet eens te komen. De moerassen tussen de duinen van Kennemerland en de rivieren van Amstelland werden gemeden als de pest. Daar leefden immers de vooroudergeesten, fee”en en demonen. De veenpoelen werden gezien als de poorten naar de onderwereld. 

Het is eigenlijk onvoorstelbaar dat op zo’n kwartiertje rijden vanaf het centrum van Amsterdam zo’n ruig natuurgebied ligt, dat nog altijd banden heeft met die onderwereld. Freddy Heineken en zijn chauffeur werden hier gegijzeld, er was de beruchte afwerkplek en nog steeds wordt er regelmatig melding gemaakt van illegale, criminele praktijken. Wie durft hier ook te komen als het donker is? Maar overdag is dit unieke gebied beslist een bezoek waard.  U kunt het al vanaf de Haarlemmerpoort verkennen, maar wij beginnen bij station Sloterdijk, dat een bijzonder fraaie voortuin heeft gekregen die perfect past in de omgeving.  Vele kantoorpanden in de omgeving zijn inmiddels omgebouwd naar hotels waar vooral backpackers gretig gebruik maken.

Haarlemmervaart en DWS

Vanaf het station lopen we naar de Haarlemmervaart. Als eerste trekvaart van Nederland in 1632 klaargekomen om Amsterdam en Haarlem met trekschuiten te verbinden. Het naast de vaart gelegen jaagpad werd in 1762 verhard en is nu de autoweg die beide steden verbindt. Via de trekvaart trokken de welgestelden de vooral in de zomer stinkende stad uit – van riolen was nog geen sprake, waardoor alles op de grachten werd geloosd -  en vestigden zich in fraaie buitenplaatsen aan de kust.   

We passeren hockey- en voetbalvelden. Het vroeger zo grote DWS, in 1964 nog landskampioen met fantastische spelers als Israel, Jongbloed, Flinkevleugel en Wery speelt hier tegenwoordig zijn thuiswedstrijden in de vierde klasse tegen Jisp, Westzaan en Ilpendam…Alles is immers vergankelijk en daar is het natuurgebied op het moment dat wij er wandelen het beste bewijs van. Als we af en toe het veilige asfaltpad verlaten om een kijkje te nemen in de vrijwel ondoordringbare wildernis treffen we het bos in staat van uiterste herfstontbinding en glibberen we over een met een dikke laag bladeren bedekte modderpaadjes langs veenpoeltjes en omgevallen bomen. Maar als u in de zomer of voorjaar gaat, kunt u hier nachtegalen horen galmen, nestelen er blauwborsten en baardmannetjes, en scheren sperwers en haviken over de rietvelden.   

Vogel- en vliegtuigspotters

Langs het water jaagt de ijsvogel op een lekker hapje en leven bruine kikkers en rugstreepadden, terwijl tegen de schemering de eerste vleermuizen verschijnen. Het dichtbegroeide bos is een prachtige schuilplaats voor vossen, hermelijnen en bunzings die jagen op de massaal voorkomende konijnen. Zelfs de wilde orchidee komt hier voor! Maar ook de mens is er graag. We passeren twee volkstuincomplexen, De Bretten en de Grote Braak die u beide in de zomermaanden kunt inpassen in de route. Net voorbij het laatste tuincomplex wandelen we op Halfweg aan. Niet alleen vogel-, maar ook vliegtuigspotters kunnen hier volledig aan hun trekken komen. Enorme kisten trekken  vanaf Schiphol de lucht in, vlak over de in de vale herfstzon glinsterende, vijftig meter hoge suikersilo’s, waarin tegenwoordig kantoren zijn gevestigd. Halfweg, de naam zegt het al, lag halverwege Amsterdam en Haarlem aan de trekvaart. Reizigers moesten hier overstappen omdat er een sluiscomplex lag, waardoor het dorp kon ontstaan.

 

 

 

Steun ons