Een wandelnetwerk: wat levert dat op?

Medio 2012 werd in de regio West-Brabant een wandelnetwerk opgeleverd met een gezamenlijke lengte van 2.636 kilometer van de in totaal 8.000 kilometer in de hele provincie. De ontwikkeling daarvan had – letterlijk – heel wat voeten in de aarde. Joeri Verheijen werkt bij Regio West-Brabant (RWB), een samenwerkingsverband van de negentien gemeenten in de streek ten westen van Tilburg. Hij vertelt: ‘Bij de ontwikkeling van het wandelnetwerk was onze eerste vraag wat het kon opleveren’.

Verheijen: ‘Toen ons fietsknooppunten-netwerk klaar was, overwogen we ook een wandelnetwerk op te zetten. We wilden daarmee de bestedingen in de toeristische en recreatieve sector laten toenemen. We begonnen met een pilotproject in de Baronie. Daaraan namen zeven gemeenten deel. Het leidde tot een wandelnetwerk dat in 2006 werd opgeleverd. Dat bleek succesvol genoeg te zijn om verder te gaan.’

Verscheidenheid

Met bijdragen van de EU, de Provincie en de gemeenten werd in samenwerking met de andere Brabantse regio’s en collega-organisaties in België een grensoverschrijdend project uitgevoerd. Het resultaat is een wandelnetwerk in West-Brabant dat bovendien is verbonden met de wandelnetwerken over de Belgische grens. Dat project is in 2012 voltooid. ‘West-Brabant kent een grote verscheidenheid aan landschappen’, vertelt Joeri Verheijen. ‘In de Baronie was het niet zo moeilijk voldoende paden te vinden die door bos en hei voeren. Het Noordwesten van de regio bestaat uit uitgestrekte polders, waar geen voetpaden zijn. Daar moesten we het vaak doen met de bestaande polderwegen. De wandelkwaliteit van het netwerk loopt dus sterk uiteen. Maar die verscheidenheid en het grensoverschrijdende karakter vormen juist de pluspunten van het West-Brabantse wandelnetwerk.’

Werkwijze

Joeri Verheijen: ‘Om te beginnen hebben we de bestaande routes, zoals LAW’s, MLAW’s, ANWB-routes, streekpaden en NS-wandelingen op de kaart ingetekend. In dat vroege stadium hebben we meteen mensen ingeschakeld met veel gebiedskennis, zoals grondeigenaren, organisaties voor landschapsbeheer, wandelverenigingen in de regio en vrijwilligers van RWB en Wandelnet. Met hen zijn we wenselijke verbindingen gaan intekenen op de kaart. Vervolgens gingen we in gesprek met terreinbeheerders, zoals Natuurmonumenten, het Brabants Landschap en Staatsbosbeheer, met gemeenten, Rijkswaterstaat en particuliere grondeigenaren. Natuurlijk was niet elke gewenste verbinding mogelijk, maar in overleg lukte het om een goed netwerk op te zetten.’ Verheijen benadrukt dat die vroegtijdige, intensieve samenwerking nodig is om een netwerk van de grond te krijgen. Ook met de horecaondernemers en de VVV’s is overleg geweest. De insteek was immers dat het netwerk de economie en het toerisme moest bevorderen.

Vrijwilligers

De financiering van zo’n netwerk is in deze tijden van bezuinigingen niet eenvoudig. De gemeenten dragen bij, maar het is noodzakelijk de kosten te beperken en zeer efficiënt te werken, bijvoorbeeld door een goede planning. Het was dan ook een plezierige meevaller, toen er snel na het uitzetten van de eerste routes belangstelling bleek te zijn. De inwoners van West-Brabant wilden wandelen, maar er meldden zich ook spontaan vrijwilligers voor het onderhoud van het netwerk. Zij lopen nu twee keer per jaar de markeringen na en herstellen of verbeteren die waar nodig. Soms moeten ze ook tussentijds aan de slag. ‘Als een gemeente besluit haar lantaarnpalen over te schilderen, kan er een flink deel van de markering wegvallen’, vertelt Verheijen. ‘Dan krijgen wij klachten dat een route niet meer te volgen is en moeten de vrijwilligers eropuit om de markeringen opnieuw aan te brengen.’

Marketing en toekomstplannen

‘Wij zijn geen commerciële organisatie. Voor de verkoop van de routekaarten hebben we de VVV’s ingeschakeld. Verder hebben we met alle Brabantse regio’s een gezamenlijke website met informatie over het netwerk: www.routesinbrabant.nl. De bedoeling is om ook via het bedrijfsleven in de toeristische en recreatieve sector de kaarten te gaan verkopen. Daar gaan we voorjaar 2013 mee aan de slag. De verkoop van de kaarten moet een deel van de kosten dekken, dus er is ons wel wat aan gelegen die te stimuleren’, aldus Verheijen.

Intussen is Regio West-Brabant een onderzoek begonnen naar de mogelijkheden om ook een ruiterpadennetwerk op te zetten. Het fiets- en wandelnetwerk inspireert tot meer…

Steun ons