Lopen: toename van 13 procent

27 October 2015

Lopen en fietsen zijn onderdeel van bijna al onze verplaatsingen. De afgelopen jaren zijn Nederlanders meer én verder gaan lopen, blijkt uit onderzoek van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM).

Het aantal te voet afgelegde kilometers is sinds 2004 met 13 procent toegenomen. Oorzaken worden gezocht in de toename van de bevolking, grotere afstanden die we te voet afleggen en de toegenomen frequentie. Vooral recreatief loopt men vaker en verder. Deze toename van het lopen lijkt te corresponderen met een afname van het autogebruik, maar is hiermee niet geheel te verklaren. De achterliggende motieven voor deze verschuivingen naar lopen en fietsen verdienen nader onderzoek.

 

Tendenzen

De toenemende vergrijzing zou er toe kunnen leiden dat lopen steeds belangrijker wordt voor de zelfredzaamheid van ouderen. Ouderen leggen gemiddeld genomen kortere afstanden af en geven de voorkeur aan lopen boven fietsen. Wel zou de elektrische fiets een rol kunnen spelen om ouderen langer over iets langere afstanden mobiel te houden.

Naast de toename van het aantal ouderen is de groep niet-westerse allochtonen de snelst groeiende bevolkingsgroep in Nederland. Dit zijn mensen die relatief weinig fietsen en meer lopen. Dit kan van invloed zijn op het belang van lopen.

Welbevinden & leefbaarheid

Lopen is de vervoerswijze bij uitstek waarbij je onderweg mensen tegenkomt en even contact kunt hebben. Uit internationaal onderzoek, onder andere Montgomery (2013), blijkt dat dit soort contacten de gevoelens van eigenwaarde en gezondheid kunnen bevorderen. Ook de beweging van het lopen zelf beïnvloedt het gevoel van welbevinden, zo blijkt uit verschillende
onderzoeken (Ekkekakis et al., 2008; Montgomery, 2013).

Lopen is gezond en draagt bij aan een verbetering van de leefbaarheid. Het veroorzaakt geen emissies van luchtverontreinigende stoffen als stikstof- en zwaveldioxiden, fijn stof en CO2 noch van geluid. Daarnaast is het ruimtegebruik van fietsen en lopen, bijvoorbeeld gemeten aan de hand van de benodigde hoeveelheid parkeerruimte, veel minder.

Van de Nederlandse huishoudens heeft 28 procent geen auto (CBS, 2012). Als deze mensen eropuit willen, zijn ze altijd afhankelijk van anderen, of fietsen of lopen ze. Dit kan zijn als trip van deur tot deur of als onderdeel van de keten: naar de bushalte, station of naar de deelauto. Voor een aanzienlijk deel van de Nederlandse bevolking geldt dat voetgangers- en fietsvoorzieningen hun weg zijn naar het zelfstandig kunnen uitvoeren van activiteiten.

Veiligheid

Het aandeel voetgangers in de dodelijke verkeersslachtoffers is stabiel. 49 van de dodelijke verkeersslachtoffers in 2014 waren voetgangers; dat is 9 procent van het totale aantal
verkeersdoden (CBS, 2015). Het risico op een dodelijk of letselongeval te voet of met de fiets per afgelegde kilometer is het hoogst voor ouderen (75+) (SWOV, 2012). Onder voetgangers vielen in 2014 ongeveer net zoveel slachtoffers binnen (26) als buiten de bebouwde kom (24). Wel zijn er veel valongelukken bij voetgangers.

Lopen in beleid

Over de effectiviteit van het voetgangersbeleid is niet zoveel bekend. Bovendien zorgt de beperkte registratie van de verplaatsingen met de actieve modes (vooral bij voetgangers) ervoor dat de ontwikkelingen soms lastig te duiden zijn. In 2012 heeft de NHTV onderzoek verricht naar de positie van de voetganger in het beleid in een aantal Nederlandse gemeenten (Spapé & De Leeuw, 2012). Hieruit kwamen de volgende punten naar voren:

  • Er wordt weinig onderzoek gedaan naar voetgangers. Ingrepen die van belang zijn voor voetgangers worden zelden gestoeld op beschikbare data of tellingen.
  • Gemeenten hebben behoefte aan meer data voor beleid.
  • Het belang van voetgangersbeleid en de meerwaarde van voetgangers worden vaak onderschat.
  • Maatregelen voor voetgangers worden vaak ad hoc genomen.
  • Gemeenten hebben vooral aandacht voor specifieke gebieden, zoals winkelcentra, de omgeving van scholen en stationsgebieden, niet voor woonwijken.
  • Voetgangersbeleid ontbreekt op bovengemeentelijk niveau. Gemeenten krijgen onvoldoende beleidskaders mee van Rijk, provincies en stadsregio’s.

Om lopen verder te stimuleren is er niet alleen een goede infrastructuur nodig. Het vraagt ook om goed beleid, toewijding aan de doelstellingen en educatie, programma's en campagnes moeten op orde zijn.

Download het volledige rapport: Fietsen en lopen de smeerolie van onze mobiliteit

Steun ons