Parlementaire behandeling

Een chronologische overzicht van de belangrijkste feiten rond het recreatief medegebruik van ecoducten.

10 maart 2008:
antwoorden van Minister Eurlings op Kamervragen

‘Zoals betoogd heb ik geen bezwaren tegen recreatief medegebruik wanneer de primaire functie van een ecoduct daarbij niet in het geding is. Het genoemde Alterra-onderzoek en andere studies helpen bij het beantwoorden van de vraag of aan deze voorwaarde wordt voldaan.’

‘Ik ben bereid, in samenhang met de uitkomsten van het lopende Alterra-onderzoek,  Rijkswaterstaat en/of andere instituten te laten nagaan wat de invloed is van het eventuele recreatief medegebruik op het functioneren van de bestaande ecoducten welke  ontwerptechnische en toegankelijkheidseisen daarbij gesteld moeten worden en wat de kosten van de aanpassingen zouden zijn.’

‘Mede afhankelijk van de uitkomsten van het lopende onderzoek ben ik bereid [te laten onderzoeken welke nog aan te leggen ecoducten geschikt kunnen worden gemaakt voor medegebruik door fietsers /wandelaars].’ 

20 december 2009:
brief Minister Verburg aan Tweede Kamer

‘Ik ben er voor om toekomstige ecoducten ook toegankelijk te maken voor recreanten.Voorwaarde is dat dit te combineren is met de beschermde flora en fauna. Op dit moment wordt door Alterra onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke effecten die het toelaten van recreanten (wandelaars en fietsers) op ecoducten kan hebben. Dit onderzoek is begin volgend jaar gereed en ik wil de resultaten hiervan graag afwachten.’

mei 2009:
jaarverslag MeerjarenProgramma Ontsnippering

‘Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft opdracht gegeven aan Alterra tot het doen van onderzoek naar het effect van recreatief medegebruik. . In 2007 is een sober begin gemaakt met dit onderzoek. Dit omvatte allereerst een literatuur onderzoek. Over de invloed van recreatief medegebruik van ecoducten op de functionaliteit ervan is weinig onderzoek gedaan. Onderzoek is vooral in het buitenland verricht. . Dit onderzoek is nauwelijks toepasbaar in de Nederlandse situatie. . Door Alterra is vervolgens een bredere aanpak en opzet voorgesteld voor het doen van onderzoek op bestaande ecoducten. De onderzoeksvraag is daarbij of het medegebruik van ecoducten door recreanten effect heeft op het functioneel gebruik van deze voorzieningen door dieren c.q. doelsoorten en zo ja welke en in welke mate.'

18 maart 2010:
motie Jacobi/Van Gent aangenomen in Tweede Kamer

Kamer is ‘van mening dat de nieuwe nog aan te leggen ecoducten voorzien worden van een fiets- en wandelstrook, tenzij zwaarwegend en aantoonbaar natuurbelang zich ertegen verzet.’

15 april 2010:
brief Minister Verburg aan Tweede Kamer

‘Medio mei zullen mijn collega van Verkeer en Waterstaat en ik uw Kamer informeren over de precieze uitvoering van deze motie. Hiertoe zal gebruik gemaakt worden van het Alterra-rapport “Effecten recreatief medegebruik van ecoducten op het functioneren als faunapassage”.’

12 mei 2010:
brief Minister Verburg aan Tweede Kamer

‘Natuur is van belang voor het leven en welzijn van mensen, en is een kwetsbare bron van toekomstig leven. Daar moeten we zuinig op zijn. Ik sta voor natuur samen met mensen, samen met bedrijven, samen met recreatie. De balans is zeker nodig in een dichtbevolkt land als Nederland, waar het voor de verschillende gebruiksfuncties op een beperkte oppervlakte moeten worden gecombineerd.’

14 oktober 2010:
brief Minister Verburg aan Tweede Kamer

‘Voor de doorwerking van dit principe (ja-tenzij) wordt bij realisatie van de ecoducten rekening gehouden met de onderstaande criteria:

  1. a.    De doelgroepsoorten waarvoor het ecoduct is bedoeld.
  2. b.    Het standpunt van de terreinbeheerders.
  3. c.    Of er binnen redelijke afstand een vervangende verbinding mogelijk is in de vorm van een viaduct of een onderdoorgang.
  4. d.    Of er binnen het budget een goede kosteneffectieve oplossing kan worden gevonden.

31 oktober 2010:
brief Wandelplatform aan vaste commissie voor LNV

‘Wij vragen u er op toe te zien dat de wens van de Kamer, vervat in de genoemde motie, op korte termijn voortvarend en concreet wordt geïmplementeerd door Rijkswaterstaat.’
'Wij vinden langer wachten op het Alterra-rapport niet verantwoord gezien de vorderingen in ontwerp en bouw van ecoducten. Bovenstaande organisaties verzoeken de Tweede Kamer om de betrokken ministers te vragen spoedig de, al op 15 april beloofde, precisie bij de uitvoering van de motie te bieden.’)

28 december 2010:
Staatssecretaris Bleker biedt onderzoek aan de Tweede Kamer aan

‘Het onderzoek concludeert ondermeer dat ecoducten met recreatief medegebruik wat betreft het aantal passages van een soort niet per definitie minder goed functioneren, als ecoducten zonder recreatief medegebruik. Het onderzoek laat verder zien dat de breedte en inrichting van het ecoduct en de faunasoorten die ervan gebruik maken, bepalend zijn voor de mogelijkheden van recreatief medegebruik. Dit zijn verheugende conclusies, omdat zij bevestigen dat het gebruik door wandelaars, fietsers en ruiters samen kan gaan met het gebruik door diersoorten. Ik beschouw dit onderzoek als een ondersteuning van het huidige beleid dat er op gericht is om recreatief medegebruik op ecoducten mogelijk te maken, tenzij de primaire functie van de faunapassage wordt aangetast.’

12 juli 2012:
antwoorden van Staatssecretaris Bleker op Kamervragen

‘Bij ecoducten met recreatief medegebruik dient bij ontwerp en aanleg rekening te worden gehouden met functionele eisen als de recreatie-vormen die aan de orde zijn, hoe bundeling van paden voor recreatief medegebruik slim is in te passen en welke vorm van fysieke en visuele afscherming mogelijk is. Deze worden in een inrichtingsplan opgenomen.

Steun ons