Op Marskramerpad met Ronald Plasterk

In 2012 wandelde minister Ronald Plasterk het Marskramerpad. Begonnen in Bad Bentheim wandelde hij samen met zijn vrouw 360 km naar het strand in Scheveningen. Hier wilden we natuurlijk graag meer van weten. We spraken hem vijf dagen na de verkiezingen.

Ronald Plasterk op voetveer

 

 

 

 

 

 

 


Ronald Plasterk op het voetveer Joostendam bij Kockengen

1.    Hoe bent u op het idee gekomen om het Marskramerpad te gaan wandelen?

Mijn vrouw en ik wilden tijdens het zomerreces graag in Nederland blijven omdat ik verwachtte dat het op mijn werk druk zou worden; er stond een debat over de Eurocrisis op stapel. Bij mijn volgers op Twitter heb ik gepolst of het wandelen van het Pieterpad een goed idee was. Daarop reageerde Wandelnet met nog meer padsuggesties. Via partijlid Lutz Jacobi (Lutz Jacobi is een fervent wandelaar, red.) ontving ik van Wandelnet twee gidsen: het Pieterpad en het Marskramerpad. Omdat we maar twee weken hadden en het hele pad wilden lopen, kozen we voor de 360 km van het Marskramerpad.

2.    Heeft u altijd al een keer een Lange-Afstand-Wandelpad willen wandelen?

Het was eigenlijk een nieuw idee. Mijn vrouw en ik hebben allebei eerder marathons gerend, waaronder die van New York een paar jaar geleden. Toen ik in het kabinet kwam is het trainen voor marathons erbij ingeschoten. We hebben dus eerder lange afstanden te voet gedaan. Het leek ons een logisch vervolg om lange afstanden te gaan wandelen. En het is ons heel goed bevallen.

3.    Heeft u voor deze wandeltocht getraind?

We hebben een keer op een zondag een rondje Naardermeer (15 km) gewandeld. Dat ging prima. De allereerste afstand op het Marskramerpad van Bad Bentheim naar Oldenzaal was 26 km. We waren optimistisch en dachten: “Dat doen we wel even in één keer.” Ik ben strompelend het station binnengekomen. De eerste 10 km doe je vrij gemakkelijk, de tweede 10 km gaan ook nog wel, maar dan blijkt toch opeens dat je eigenlijk had moeten trainen. Verderop in die twee weken merkten we dat we diezelfde afstand moeiteloos liepen.

4.    Hoe heeft u de wandeltocht aangepakt?

We zijn gestart in Bad Bentheim en gelopen tot het strand van Scheveningen. Af en toe hebben we ergens in een pension of hotel overnacht. Maar we zijn ook terug naar huis gegaan om wat nieuwe spullen te pakken en thuis te slapen. We wonen in Bussum en dat is goed te bereiken met openbaar vervoer. In totaal hebben we twee weken gewandeld.

5.    Was u al bekend met LAW’s en Streekpaden?

Om eerlijk te zijn had ik er nog nooit van gehoord. We wonen vlakbij het Naardermeer en tijdens het rennen waren me al wel de wit-rode markeringen opgevallen. Ook zag ik eerder mensen met ‘dikke schoenen’ van het station naar Bussum lopen. Maar ik heb daar nooit bij stilgestaan. Nu dus wel!

6.    En Wandelnet, kende u onze organisatie al?

Ook Wandelnet was onbekend voor mij. Het pakketje gidsen dat ik via Lutz Jacobi ontving, was het eerste contact met de Stichting én voor mij de aanleiding om het Marskramerpad te gaan wandelen. Ik ben Wandelnet dan ook zeer dankbaar.

Uiteindelijk hebben we vrij eigenwijs de route uit het boekje gelopen, zonder van tevoren de routewijzigingen op de site te bekijken. En dus kwamen we op plekken waar de route was gewijzigd en soms onbegaanbaar was geworden. Dan realiseer je je hoe belangrijk het is dat het pad goed wordt onderhouden. Dus grote waardering voor de mensen van Wandelnet die dat doen!  

7.    Wat vindt u prettig aan wandelen?

Het voordeel van wandelen is dat je onderdeel bent van de plek waar je bent. Je tempo is zodanig dat, wanneer er zich iets zich voordoet, je er even naar toe kunt gaan. Zo waren we in Bad Bentheim; we hoorden muziek, zagen tenten en hebben even een kijkje genomen. Het bleek een soort zondagsdienst te zijn. Het is ons heel vaak overkomen dat we toevallig stuitten op allerlei evenementen en gebeurtenissen. Op een fiets of in de auto suis je daar gewoon langs.

Alleen als je wandelt, dan ruik, hoor, voel, zie je het en zit je er met je voeten in. Het is de meest directe manier om Nederland te ervaren. Ook in de campagnetijd. Het woord campagne betekent veldtocht, ofwel een wandeltocht. De meest elementaire manier om campagne te voeren is dus door te wandelen.

8.    Heeft u tijdens het wandelen een briljante ingeving gekregen voor de PvdA-campagne?

Jazeker! Ik kwam op het idee om wandelen in mijn campagne te gaan gebruiken. Ik bedacht de ‘100 van Mokum’: 10 dagen lang elke dag 10 km wandelend door Amsterdam. Via Twitter heb ik mijn volgers de route voor een bepaalde dag laten zien en gevraagd: “Wie wandelt er mee?” Verrassend genoeg sloten mensen zich aan om mij te laten zien waar ze geïnteresseerd in zijn, trots op zijn of bezorgd om zijn. Collega’s Lodewijk Asscher en Carolien Gehrels (beide wethouder van Amsterdam, red.) liepen ook een dag mee. Het was een hele mooie manier om samen met mensen campagne te voeren én de stad waar ik 10 jaar gewoond heb veel beter te leren kennen. Later heb ik ook op eenzelfde manier 10 km in Rotterdam en in Arnhem gewandeld.

9.    Wandelen is de manier om even bij je zelf stil te staan, gebeurtenissen te overdenken. Misschien een voornemen gemaakt of een andere ontdekking gedaan die u met ons wilt delen?

Het klopt wat je zegt. Zeker als je de afstanden wat verlengt. In het begin is het alsof je gewoon een boodschapje doet. Maar na 10, 15, 20 km wordt je op een bepaalde manier ‘diepmoe’. Je staat niet te hijgen, maar je bent toch vermoeid. En dat heeft een soort meditatieve werking.
Het belangrijkste wat ik daaraan overhoud is de verbondenheid met het land en het landschap, met de natuur, de bebouwing en de mensen. Je voelt je echt deelgenoot. Je bent onderdeel van iets. En ik heb ontdekt dat ik trots ben op het land: wat is het de moeite waard! En wat is het belangrijk om er je best voor te doen.

10.    Bent u tijdens het wandelen van het Marskramerpad weleens verdwaald?

De eerste twee dagen helaas wel! Ik moest leren om op basis van de kaart de afstand in te schatten. Een gevoel te krijgen voor dimensies. Na een dag of twee, drie hebben we steeds rustiger gelopen en ging het steeds beter. De combinatie van de beschrijving en het kaartje is eigenlijk voldoende. We hadden ook nog een GPS en Google Maps bij de hand, maar die heb ik na de eerste dag nauwelijks nog gebruikt.

11.    Zou u het een volgende keer anders aanpakken?

Eigenlijk niet. Het was fijn dat we het allereerste stuk, van Bad Bentheim tot Borne een weekendje van tevoren al hadden gewandeld om te wennen aan de spullen, de bepakking en de afstand. Dan merk je dat je teveel rommel meesleept en dat je bijv. meer water mee moet nemen. Je verkijkt je erop hoe weinig plekken er soms zijn waar je een kop koffie kunt krijgen. De makers van het pad hebben er alles aan gedaan om je zo ver mogelijk weg te houden bij de civilisatie. Dat is heel goed, want dat betekent dat ze er in geslaagd zijn om te voorkomen dat je door drukke gebieden loopt, maar je moet er wel rekening mee houden.

12.    Wat vond u het meest verrassende traject van het Marskramerpad?

Ik vond Twente heel mooi. Daar lijkt het soms alsof je in Zwitserland bent, met weides en beekjes. En vrij uitgestrekt. Salland was ook prachtig. Ik was al eens in Kootwijkerzand geweest, maar het verraste me dat het zo’n groot gebied was. Dat Nederland überhaupt zulke grote gebieden heeft.

13.    En aan welke plek heeft u mooie herinneringen?

Amersfoort. We kwamen daar aan toen de zon net onderging, het was een warme dag. Het Onze Lieve Vrouwenplein leek op Avignon: muziek, warmte, mensen. We hebben daar heerlijk gegeten en vooral genoten. Normaal zou het nooit in me zijn opgekomen om daar naar toe te gaan. Echt een verrassing!

Maar we hebben zo ontzettend veel mooie plekken en bezienswaardigheden gezien. Ik wist niet dat je in twee weken en gewoon in eigen land zoveel verschillende dingen kunt tegenkomen.

14.    Heeft u een bijzondere ontmoeting gehad tijdens het wandelen?

Laat ik het omdraaien; het viel mij op dat Nederland bijna leeg is. Je kunt een hele dag lopen en dan kom je twee joggers en iemand op een mountainbike tegen.

Wat ik heel bijzonder vond, was dat in Gelderland en Overijssel op tal van plekken rustplaatsen zijn waar je een kop koffie en een koek kunt pakken en even kunt uitrusten op een erf. Op basis van vertrouwen stop je geld in het daarvoor bestemde potje. Af en toe spraken we met degene die dit verzorgde, maar vaak was er ook niemand te bekennen.

15.    Wat was de fijnste overnachting?

Herberg ‘t Hilletje in Kootwijk: gezellig, relaxte sfeer en een mooie plek. We hebben daar heerlijk in de avondzon gezeten.

16.    Gaat u nog een keer een Lange-Afstand-Wandelpad lopen?

We hebben het ons in ieder geval voorgenomen. We denken aan het Pieterpad of het Pelgrimspad.

17.    Tot slot, wilt u nog iets kwijt aan alle donateurs van Wandelnet?

Wandelaars zijn je bondgenoten in het natuur- en cultuurbehoud: ze nemen niets weg, maken geen lawaai en laten geen rotzooi achter. Zijn totaal bescheiden aanwezig. Maar ze ondersteunen het wel, ze maken het de moeite waard om het te onderhouden. Dus het belang van het ondersteunen van het wandelen is veel meer dan alleen het plezier van de mensen die daar lopen. Het is in feite een bijdrage aan het cultuurlandschap en aan de natuur. Ik zou mensen dan ook echt vragen Wandelnet te steunen, want hiermee ondersteun je ook de natuur en cultuur in Nederland.


Hartelijk dank voor het interview!

Steun ons