Twee dagen wandelen op Ameland
Ameland is het vierde Waddeneiland in het rijtje TVTAS en is bereikbaar met de veerboot vanuit Holwerd (in het Fries: Holwert). De oostkant bestaat vooral uit natuurlijk duingebied en aan de westkant vind je boerenbedrijven en recreatiegebieden. Verspreid over het eiland liggen vier dorpjes: Nes, Buren, Ballum en Hollum. Tijdens een tweedaags verblijf op het eiland wandel ik etappe 01 van WaddenWandelen Ameland (aan de westkant) en de Roots-wandeling Ameland (aan de oostkant), die gedeeltelijk overlapt met etappe 03 van WaddenWandelen Ameland. Met deze twee wandelingen loop je zowel een stukje langs de Waddenkust, als langs de Noordzeekust.

Duinen op Ameland © Marleen Lekkerkerk
Wadden Wandelen etappe 01
Lengte: ± 20 km vanuit Nes
Start- en eindpunt: Nes - vuurtoren Oranjeweg
Type wandeling: Streekpad
Markering: geel-rood (maar houd gpx of Wandelnet-app bij de hand)
Bos, duinen en dorpjes
Het dorp Nes is het grootste dorp van het eiland, met veel huisjes die uit de 17e eeuw stammen. Vanuit Nes loop ik eerst door een duinvallei, in de richting van een bos. Dat het een duinbos is, is te merken aan de vele hoogteverschillen. Dan begin ik aan een lang pad door de open duinen, dat overgaat in een dijk met uitzicht over de duinen aan de ene kant en het boerengrasland aan de andere. Via wat kleinere bosjes waar ook een plasje in ligt, kom ik bij een smal paadje door een houtwal, die verheven ligt in het boerenland. Een bospaadje loopt parallel aan de autoweg naar Ballum. In het dorp staan vele (huur)fietsen geparkeerd van mensen die waarschijnlijk van een lunch genieten bij een horecagelegenheid.

De toren in het dorp Ballum © Marleen Lekkerkerk
Waddenkust
Via kleinere asfaltweggetjes zet ik koers naar de Waddenkust. In de wat ruigere graslanden langs het weggetje zitten veel weidevogels, vooral tureluurs en grutto's. Als ik de dijk over ben, heb ik zicht op een schelpenstrandje met veel kustvogels. Ik ga even op de dijk zitten en pak de verrekijker erbij.

De rand van de Waddenzee © Marleen Lekkerkerk
Ik zie in ieder geval een broedende scholekster (die wel goed op de eieren moet passen omdat anders de zilvermeeuwen ze meenemen), kleine pleviertjes en een groepje eidereenden met jongen. Vrouwtjes eiders begeleiden een 'crèche' met jongen van henzelf en andere nesten. Vanwege de vele vogels is het een beschermd gebied. Na Hollum kom ik nogmaals bij de Waddenkust, maar hier is het strand veel breder en voelt het echt als strand.
Door het bos naar de vuurtoren
Als ik de duinen weer over ben, zie ik het bos waar ik straks doorheen loop alweer liggen. Maar eerst: "Hé, hoor ik nou een nachtegaal?" Ik blijf even staan om te luisteren, en inderdaad, het is geen uitbundige zang meer, maar aan de volle luide tonen die de vogel produceert, hoor ik dat het echt een nachtegaal is. Ik volg het schelpenpad door het bos en dan kom ik bij de 'eendenvijver', een klein vogelparkje met inderdaad een vijver met verschillende soorten eenden en kooien met kippen en fazanten. Als ik verder loop door het bos, doemt de vuurtoren voor me op, een mooi rood-wit baken op de westpunt van het eiland. Even verder is de halte voor de bus waarmee ik terug ga naar Nes.

De vuurtoren © Marleen Lekkerkerk
Ameland, natuureiland vol vogels
Lengte: 21,6 km (in te korten tot 18,4 km)
Start- en eindpunt: Buren (rondwandeling)
Type wandeling: Roots-natuurwandeling
Markering: geen (dus gebruik gpx of Wandelnet-app)
De Waddenkust
Vanuit het dorp Buren loop ik richting de dijk langs de Waddenzee. De dijk wordt begraasd door schapen en hun lammeren, maar ook door groepjes grauwe ganzen. Het is hoog water, dus aan de Waddenkant zijn er momenteel niet zo veel vogels te zien. Maar als ik de dijk de rug toekeer en de graslanden in loop, wemelt het van de weidevogels. De grutto's, tureluurs, scholeksters en kieviten alarmeren volop boven mijn hoofd. Ik zie geen jonkies, maar die moeten zich wel schuilhouden tussen het langere gras.
De duinen
Ik loop richting een bosje; dat blijkt de eendenkooi te zijn. Tussen de bomen door vang ik net een glimp van de kooiplas op. Dan volg ik een kronkelpad door de duinen. Duin op, duin af. In een meertje waar ik van bovenaf op kijk zwemmen twee bergeenden. Ik richt mij op de 'eenzame den', de enige grotere boom in de omgeving. Daar moet ik even tussen het prikkeldraad door. Aan de andere kant kan ik mij richten op twee blauwe palen, want verder zijn er niet veel oriëntatiepunten.

De eenzame den © Marleen Lekkerkerk
De Noordzeekust
Dan ben ik het eiland dwars overgestoken en kom ik bij de Noordzeekust. Daar is de zee wel even wat ruiger dan aan de Waddenkant! De golven rollen met witte schuimkoppen het brede strand op. Het strand ligt bezaaid met honderden oorkwallen. Ik volg de kustlijn wel zo'n 3 km en neem onderweg nog wat zwerfvuil mee. Waar je de duinen weer over gaat bij strandpaal 20,6 staat er een 'jutbak' waar je het in kwijt kunt. Je kunt ook al bij een eerdere strandovergang de duinen over, waardoor je de route een paar kilometer inkort.

Een regenbui boven de Noordzeekust © Marleen Lekkerkerk
Natte duinvalleien en 't Oerd
Als ik de hoge duinenrij weer over ben, zie ik het vlonderpad al liggen dat door de duinvallei is aangelegd. Er groeien volop waardevolle water- en oeverplanten.

Vlonderpad door de natte duinvallei © Marleen Lekkerkerk
Als je de vallei uitkomt, kun je vanaf het fietspad nog 4 km aan je wandeling vastknopen door een rondje te maken door 't Oerd. Daar waan je je pas echt ver van de bewoonde wereld. Het hoogtepunt is letterlijk en figuurlijk de Oerdblinkert, een uitzichtpunt met schuilhut.
Terug naar Buren
De terugweg gaat over het fietspad, waar het niet heel erg druk is. Langs het pad kijk ik op een heel kleurenpalet: geel van de boterbloemen, roodbruin van de bloeiende zuring en allerlei kleuren groen, van grijsblauw van de duindoorns tot donkergroen van de meidoorns en vlieren. Via een stukje ruiter-/menpad kom ik bij het bos, dat uit zwarte dennen bestaat (Corsicaanse of Oostenrijkse) met een monotone ondergroei van esdoorns. Bij paviljoen 't Strandhuys daal ik weer af naar het strand en via de eerste duinovergang loop ik weer terug naar de bewoonde wereld.