Nationaal Park Zuid-Kennemerland: natuurrijk duingebied in de Randstad
In 2026 nemen we je mee naar de Nationale Parken (NP). Elke maand bezoeken we samen met medewerkers of andere betrokkenen één van de tweeëntwintig parken. We ontdekken wandelmogelijkheden en horen en zien wat er in dat Nationaal Park te beleven is. Deze maand bezoeken we Nationaal Park Zuid-Kennemerland, aan de kust van Noord-Holland.

Nationaal Park Zuid-Kennemerland © Ernst Koningsveld
Nationaal Park Zuid-Kennemerland
Nationaal Park Zuid-Kennemerland is in 1995 ontstaan en omvat 3800 ha. Het strekt zich uit van Zandvoort tot IJmuiden en bestaat uit een divers duingebied. Het beheer ligt bij drie partijen: NV PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland, Natuurmonumenten, en Staatsbosbeheer. Zij werken samen met IVN Natuureducatie, de omliggende gemeenten en de provincie. Er is een rijke natuur, je treft hier maar liefst 40% van alle planten- en diersoorten die in Nederland voorkomen. Terecht maakt het gebied deel uit van het Europese Natura 2000-netwerk. Van zee uit zijn de volgende typen landschap te onderscheiden: de zeereep, de embryonale duinen, de witte duinen, duingrasland (grijze duinen), het struweel en bos. Tussendoor zijn er natte duinvalleien. Natuurlijk gaan deze gebieden zonder scherpe grenzen in elkaar over. Al wandelend ervaar je steeds andere vegetaties en kenners van vogels, insecten en zoogdieren zullen zien dat die ook hun leefgebieden hebben. Het Nationaal Park promoot het ontdekken van de zogenoemde ‘kleine vijf’, met een knipoog naar ‘the big five’ zoogdieren in Afrika. In dit park zijn dat:
Parnassia: een mooi porseleinwit bloemetje dat van juli tot het vroege najaar bloeit in vochtige duinvalleien. Het is zeldzaam en daarom beschermd. Strandpaviljoen Parnassia aan Zee, aan de rand van het Nationaal Park, is ernaar vernoemd, en het plantje staat in het logo van het Park.
Duinviooltje: dit plantje heeft een voorkeur voor voedselarme en kalkrijke gebieden. In het stuivende zand heeft het weinig concurrentie van andere planten en komt uitbundig tot bloei. En daar profiteert onder meer de kleine parelmoervlinder van.

Duinviooltjes © Ernst Koningsveld
Kleine Parelmoervlinder: herkenbaar aan het fraaie oranje-met-zwarte-stippenpatroon van de vleugels. De onderkant van de vleugels heeft opvallende zilverglanzende vlekken; net parelmoer. Ze zijn tamelijk zeldzaam.
Zandhagedis: eigenlijk zou de naam ‘duinhagedis’ beter zijn. In de open stukken duinzand kom je deze hagedis namelijk niet snel tegen. Je ziet ze eerder langs de randen van de open zandplekken, bijvoorbeeld in de buurt van een duindoorn. Als er gevaar dreigt, kruipt hij daarin weg.
Nachtegaal: een uitbundige zanger, maar verder een onopvallende vogel. Ze leven vooral in dicht struikgewas. Met zijn overwegend bruin, oranjebruin en grijsbruin verendek zie je ze niet zo gauw. In het voorjaar vult de nachtegaal in de ochtend- en avondschemering het duin met zijn krachtige en melodieuze lied.
Een terecht drukbezocht park
Door de ligging nabij de druk bewoonde randstad wordt het Nationaal Park veel bezocht. De beheerorganisaties hebben veel gedaan om alles in goede banen te leiden. Door ‘zonering’ worden de bezoekers verdeeld. Er zijn drie poorten naar het gebied: Duin- en kruidberg, Koevlak en Elswout. Van daar lopen er fiets- en wandelpaden die elkaar zo min mogelijk kruisen. Door de manier van markeren met pijlen, wordt er ook een voorkeursrichting gecreëerd waardoor je minder mensen onderweg ontmoet.
Om te zorgen dat iedereen kan genieten en de natuur te beschermen zijn er duidelijke gebiedsregels, zoals: op de paden blijven, afval meenemen, grote delen verboden voor honden en ‘houd rekening met anderen’. Met gastheerschap wil men bezoekers verwelkomen, niet alleen om te recreëren, maar ook om meer te vertellen over de bijzondere natuur. Bezoekerscentrum De Kennemerduinen bij ingang Koevlak is fraai, en in het naastgelegen Duincafé weet het personeel ook genoeg om de bezoeker van informatie te voorzien. In het park is ook een Eerebegraafplaats voor slachtoffers van WO II die hier zijn omgebracht.

Recreanten in en rond het duinmeer ‘t Wed © Ernst Koningsveld
Boswachter Mirjam Passchier
Boswachter Mirjam is sinds twee jaar werkzaam bij PWN; ze leidt ons rond vanaf het Bezoekerscentrum nabij Overveen. We krijgen een goed beeld van de verscheidenheid in dit Park. Van de ‘kleine vijf’ zien we veel duinviooltjes, enkele kleine parelmoervlinders, en we horen en zien de nachtegaal. Talloze andere planten trekken onze aandacht. We krijgen ook de corrigerende rol van de boswachter mee als Mirjam vriendelijk maar gedecideerd een fotograaf erop wijst dat die op de paden moet blijven. Het blijft bij een vriendelijke correctie.

Boswachter Mirjam Passchier © Ernst Koningsveld
Onze wandeling
We liepen de blauwe rondwandeling vanaf Koevlak. Op deze vroege vrijdagochtend met mooi weer is het de eerste halve kilometer best druk met trimmers en in duinmeer ’t Wed, waar dat mag, wordt door velen gezwommen. We passeren drie uitzichtpunten waar je goed voelt en ziet dat hier serieuze hoogteverschillen zijn. In het Vogelmeer zoeken de Schotse hooglanders verkoeling en rusten tientallen aalscholvers uit. Deze rondwandeling gaat vrijwel geheel over wandelpaden; op de beperkte delen fietspad moet je natuurlijk op je hoede zijn voor fietsers. De paden zijn deels schelpenpaden, maar er zijn ook stukken mul zand; prachtig voor je natuurbeleving, maar wel wat zwaarder lopen. Nabij de drie toegangen van het park zijn speelterreinen voor jong en oud, waar je wel buiten de paden mag.
Naast de door het Nationaal Park uitgezette routes lopen door Nationaal Park Zuid-Kennemerland het Nederlands Kustpad 2 etappe 6, NS-wandeling Kennemerduinen, Natuurwandeling Landgoed Duin & Kruidberg en Natuurwandeling Zuid-Kennemerland. In totaal is er 91 km aan wandelpaden.

Een heerlijk wandelgebied © Ernst Koningsveld